Controleer uw warmtepomp in het Omgevingsloket

Als particulier controleer je via het Omgevingsloket of je een vergunning nodig hebt voor je warmtepomp. Dit proces omvat het bepalen van het type warmtepomp, het controleren van gemeentelijke regels en het toetsen van technische en ruimtelijke aspecten. Zo zie je snel of jouw situatie vergunningvrij is.

Stap 1: bepaal of het om een airco warmtepomp of buitenunit gaat

De keuze voor een warmtepompinstallatie hangt af van de installatiemogelijkheden, zoals een binnenunit, buitenunit of split-unit. Je beslist tussen een warmtepomp en een airco op basis van factoren zoals het type warmtepomp, hoe je de airco gebruikt en de weersomstandigheden. Ook je beschikbare budget, de ruimte die je hebt en je prioriteit voor duurzaamheid spelen een rol bij deze beslissing. Een warmtepomp zonder buitenunit kies je afhankelijk van je woning, persoonlijke wensen en de technische haalbaarheid.

Benieuwd naar de prijs voor jóuw woning?
Eén erkende installateur rekent het gratis door.
Bereken mijn prijs

Stap 2: controleer de regels van uw gemeente

Bij stap 2 bekijk je het bestemmingsplan, ook wel Omgevingsplan genoemd, van jouw gemeente. Dit plan bevat de specifieke regels voor jouw locatie. Zo weet je precies welke voorschriften gelden voor het plaatsen van een warmtepomp. Dit helpt je om te bepalen of je een vergunning nodig hebt, of dat je warmtepomp vergunningvrij is.

Stap 3: toets het technisch deel en het ruimtelijk deel

Bij stap 3 toets je het technische en ruimtelijke deel van je bouwactiviteit, zoals het plaatsen van een warmtepomp. De Omgevingswet splitst de bouwvergunning namelijk in een technisch en een ruimtelijk deel. Voor bouwen onder de Omgevingswet heb je mogelijk twee omgevingsvergunningen nodig: één voor een omgevingsplanactiviteit en één voor een technische bouwactiviteit. De technische bouwactiviteit beoordeelt een aanvraag aan de hand van de regels voor technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Een omgevingsvergunning voor deze technische bouwactiviteit wordt niet getoetst aan het omgevingsplan of esthetische eisen. De omgevingsplanactiviteit toetst het bouwen van een constructie voor ruimtelijke bouw, onderhoud en gebruik aan het omgevingsplan zelf. De gemeenteraad kan de toetsing van bouwen aan het omgevingsplan en esthetiek regelen. Deze twee activiteiten hebben geen verplichte koppeling, waardoor je ze apart of tegelijk kunt aanvragen.

Stap 4: bekijk of uw situatie vergunningvrij is

Bij stap 4 van de vergunningcheck beantwoord je vragen in het Omgevingsloket om te bepalen of jouw situatie vergunningvrij is. De overheid en de gemeente stellen deze vragen op en bepalen hiermee of je vergunningvrij mag bouwen. Als het Omgevingsloket na het beantwoorden van alle vragen aangeeft dat je vergunningvrij mag bouwen, is geen vergunningsaanvraag nodig. Een technische bouwactiviteit is vergunningvrij als deze is uitgezonderd volgens artikel 2.27 van het Bbl, of niet genoemd wordt in artikelen 2.25 en 2.26 Bbl. Vergunningvrije omgevingsplanactiviteiten voor bouwwerken staan vermeld in artikel 2.29 Bbl. Een omgevingsplanactiviteit is ook vergunningvrij als deze voldoet aan de uitzonderingen van artikel 22.27 van de 'bruidsschat' en onder artikel 22.36 'bruidsschat' valt, of als het voldoet aan de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.

Wanneer is een warmtepomp vergunningvrij?

Je warmtepomp is vergunningvrij als deze voldoet aan bepaalde voorwaarden voor plaatsing en type. Dit geldt onder meer voor installaties op de grond of in een gebouw, zolang het bouwvolume niet uitbreidt. Ook zijn specifieke warmtepomptypes, zoals hybride of lucht-lucht systemen, vaak vergunningvrij bij kleine aanpassingen. De vergunningsvrije situaties hangen af van:

  • Plaatsing op of aan een gebouw
  • Plaatsing op de grond
  • Geluid, afstand en zichtbaarheid
  • Beschermde monumenten en erfgoed

Plaatsing op of aan een gebouw

Voor de plaatsing van een warmtepomp op of aan een gebouw gelden regels. Je hebt een omgevingsvergunning nodig als je de warmtepomp op het dak van een aanbouw plaatst. Dit geldt ook voor plaatsing op het dak of de gevel van je woning. In Westland moeten installaties bij gestapelde woningbouw op het platte dak van het hoofdgebouw, terugliggend, komen. Bevestiging aan de achterzijde van een pand heeft daar de voorkeur. Zorg er altijd voor dat de installatieplaats van de unit horizontaal is. Plaatsing op een plat dak of direct tegen de gevel kan geluidsoverlast veroorzaken. Dit geldt zowel in huis als bij de buren.

Plaatsing op de grond

Leidingen voor horizontale captatie leg je over een groot oppervlak van circa 200 vierkante meter. Deze plaats je maximaal 1,5 meter onder de grond. Je mag in Nederland grond rond je woning boren, mits je voldoet aan lokale regels en technische omstandigheden, zoals de bodemgesteldheid en beschikbare ruimte. Plaatsing van een buitenunit op een ongelijke of zachte ondergrond is een fout. Dit kan namelijk leiden tot verzakkingen van de unit. Zorg dus altijd voor een stabiele ondergrond.

Geluid, afstand en zichtbaarheid

Geluid zelf is onzichtbaar, toch heeft geluid visuele aspecten. Geluidsgolven zijn zichtbaar te maken, wat helpt bij het opsporen van geluidslekken. Een 'sound photo' toont waar geluid weglekt, zo zie je welke component aandacht nodig heeft. Wat afstand betreft, neemt geluid van een puntbron met 6 dB af bij elke verdubbeling van de afstand. Bij een lijnbron vermindert het geluid met 3 dB voor elke verdubbeling. Een bron die als een punt aan de horizon verschijnt, verliest ook 6 dB per verdubbeling van de afstand, terwijl een lijn aan de horizon het geluidsniveau met 3 dB verzwakt. Een groot vlak dat je blikveld vult, zal nauwelijks afnemen in geluidsniveau bij toenemende afstand.

Beschermde monumenten en erfgoed

Een omgevingsvergunning is nodig voor het plaatsen van een warmtepomp op een monument. Voor monumentale gebouwen zijn zelfs aanvullende vergunningen vereist. Ook als je een warmtepomp in een beschermd stadsgezicht plaatst, heb je een omgevingsvergunning nodig. Plaats je een warmtepomp nabij een monument, dan is hiervoor ook een vergunning nodig. Een vergunning is eveneens vereist voor een warmtepomp op een pand met cultuurhistorische waarde. Goed om te weten: onderhoud aan (voor)beschermde monumenten valt niet onder de vergunningplicht, mits dit vergunningsvrij is en de detaillering, profilering, vormgeving, kleur en materiaalsoort niet veranderen.

Wanneer vraagt de gemeente toch een omgevingsvergunning?

Een gemeente kan een omgevingsvergunning vragen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Dit is bijvoorbeeld het geval bij verbouwingen aan monumenten of in beschermde stadsgezichten. Ook voor aanpassingen aan bestaande gebouwen of dakopbouwen is vaak een vergunning nodig. Dit geldt voor zowel de binnen- als buitenkant van een gebouw.

Afwijking van het omgevingsplan

De plaatsing van buitenunits van airco’s en warmtepompen is vaak strijdig met regels uit het omgevingsplan. Handelen in strijd met het omgevingsplan is een activiteit die valt onder de Omgevingswet. Dit betekent dat je een vergunning nodig hebt als je plannen afwijken van wat in het omgevingsplan staat. Een afwijking van het bestemmingsplan om een buitenunit toe te staan bij een bestaand appartement kan niet altijd aansluiten bij de norm van artikel 3.8 lid 2 van het Bouwbesluit 2012. Je moet dus goed controleren of jouw situatie past binnen de geldende regels.

Te veel geluid voor de leefomgeving

Te veel geluid van een warmtepomp kan de leefomgeving negatief beïnvloeden. Geluidsoverlast, door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gedefinieerd als "ongewenst of schadelijk buitengeluid dat fysieke en mentale gezondheid kan schaden", verstoort dagelijkse activiteiten. Chronische blootstelling aan geluid boven 55 dB veroorzaakt gezondheidsrisico's. 's Nachts kan geluid boven 40 dB de herstellende slaap beïnvloeden, en zelfs plotselinge geluiden van 40 dB(A) kunnen micro-ontwakingen veroorzaken. De WHO adviseert maximaal 40 dB(A) buiten slaapkamers en 30 dB(A) binnen voor een goede nachtrust. Matige geluidsniveaus kunnen het risico op hartaandoeningen met 8% per 10 dB toename verhogen. Dit geluid kan ook aangenaam omgevingsgeluid verdunnen, wat het contact met de omgeving vermindert.

Bouwen aan een bouwwerk of technische installatie

Bouwen aan een bouwwerk of technische installatie betekent dat je iets plaatst, vernieuwt of vergroot. Een bouwwerk is een constructie van materialen zoals hout, steen of metaal, verbonden met de grond en bedoeld om ter plaatse te functioneren. Hieronder vallen ook installaties die aan het bouwwerk vastzitten. Een bouwactiviteit omvat het bouwen van zo'n bouwwerk. Een gebouw is een specifiek type bouwwerk, toegankelijk voor mensen en omgeven door muren.

Wat moet u regelen vóór de plaatsing?

Voordat je een warmtepomp plaatst, zijn er enkele belangrijke zaken die je moet regelen. Dit omvat het verkrijgen van de juiste toestemmingen en het maken van afspraken met betrokken partijen. Het Omgevingsloket warmtepomp kan je helpen bepalen welke stappen nodig zijn voor jouw situatie.

Toestemming van de verhuurder of VvE

Als appartementseigenaar heb je toestemming nodig van de Vereniging van Eigenaren (VvE) voor het plaatsen van een warmtepomp met buitenunit aan de gevel of op het dak. Voor het plaatsen van een buitenunit van een warmtepomp op je balkon of gevel is schriftelijke VvE-toestemming vereist. Ook voor plaatsing op het dak van een appartementencomplex is vaak toestemming van de VvE nodig. Deze VvE-toestemming vraag je schriftelijk aan bij het bestuur van de Vereniging van Eigenaren. Als huurder moet je de toestemming van je verhuurder meesturen bij een vergunningsaanvraag. Krijg je als appartementseigenaar geen toestemming van de VvE, dan kun je een vervangende machtiging aanvragen bij de kantonrechter. Zowel de verhuurder als de VvE kunnen aanvullende eisen stellen aan de installatie.

Afspraken met buren en installateur

Je maakt duidelijke afspraken met de installateur over de kosten en werkzaamheden van je warmtepompinstallatie. Het is aan te raden om samen met de installateur een planning op te stellen, waarbij de installatiedag wordt afgesproken. Leg ook vast wat er gebeurt met keuringsrapporten, schema’s en nazorgdocumentatie.

Woon je in een bovenwoning, dan moet de installateur je buren tijdig informeren over de geplande werkzaamheden. De installateur kan hiervoor informatie verstrekken, zoals productbladen en geluidsgegevens. Om geluidsoverlast te voorkomen, vermijd je verrassingen door vooraf een geluidsberekening uit te voeren. Als er toch geluidsklachten zijn na de installatie, kunnen buren en installateurs samen oplossingen zoeken, zoals het activeren van een geluidsreductiemodus of het plaatsen van een geluidswerende kap.

Melding, aanvraag en benodigde gegevens

Voor het starten of wijzigen van een activiteit is een aanvraag, melding of informatieplicht nodig. Een digitale aanvraag of melding via de Omgevingswet moet je altijd indienen via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Je mag een digitale aanvraag of melding niet per e-mail indienen, maar aanvullende informatie of losse gegevens die bij de indieningsvereisten horen, mag je wel per e-mail versturen als de bevoegde instantie dit toestaat.

Bij indiening via het DSO gebruik je het juiste formulier voor jouw specifieke situatie. Een aanvraag of melding mag wel op papier ingediend worden; dit is dan vormvrij. Je moet de aanvraag, melding of informatie uiterlijk 4 weken voor de activiteit indienen. Een bouwmelding dien je ook uiterlijk 4 weken voor de start van de bouw in en vereist een overzicht van wat je precies moet indienen. Een melding is pas compleet wanneer aan alle indieningsvereisten is voldaan. Verplichte meldingen en informatie kun je na ontvangst van de vergunning(en) vanuit hetzelfde project indienen.

Heb je een omgevingsvergunning nodig voor een warmtepomp?

Je hebt niet altijd een omgevingsvergunning nodig voor een warmtepomp, maar dit hangt af van de specifieke situatie en de regels van je gemeente. De plaatsing van een warmtepomp in een bestaand gebouw kan een omgevingsvergunning vereisen. Je moet altijd controleren of de gemeente een omgevingsvergunning vereist voor de installatie. Als een vergunning nodig is, vraag je deze aan via het Omgevingsloket; je kunt een vergunning digitaal aanvragen via omgevingsloket.nl. Een omgevingsvergunning is niet nodig als de plaatsing voldoet aan de bouwverordening, tenzij het gaat om grote installaties of er twijfel is. De plaatsing van een warmtepomp buiten de woning vereist soms een omgevingsvergunning, bijvoorbeeld als de warmtepomp hoger is dan 1 meter of een groot oppervlak beslaat. Als de warmtepomp zichtbaar is vanaf de openbare weg, zoals vanaf een stoep of parkeerplaats, moet je een aanvraag doen bij de gemeente. Voor een woning in een beschermd stadsgezicht of bij plaatsing nabij monumenten is een vergunning vereist. Ook als het bestemmingsplan geen warmtepomp toestaat, is een omgevingsvergunning nodig om hiervan af te wijken. Een huishoudelijke warmtepomp met een drijfkracht van 200kW of meer vereist eveneens een omgevingsvergunning.

Is het plaatsen van een warmtepomp vergunningsvrij?

Ja, het plaatsen van een warmtepomp kan vergunningvrij zijn, afhankelijk van de situatie en specifieke voorwaarden. De plaatsing is vaak vergunningvrij voor technische bouwactiviteiten en voor omgevingsplanactiviteiten bouwwerken als het bouwvolume niet uitbreidt. Dit betekent dat je de warmtepomp vaak zonder omgevingsvergunning kunt plaatsen. Een warmtepomp op de grond bij een bouwwerk is vergunningvrij als deze lager is dan 5 meter. Een unit op de grond kan ook vergunningvrij zijn als deze lager is dan 1 meter en minder dan 2 vierkante meter oppervlakte heeft. Plaats je een warmtepomp buitenunit aan de zij- of achterzijde van de woning, dan is dit meestal vergunningvrij. Let op: een warmtepomp kan vergunningplichtig zijn als deze hoger is dan 1 meter of een oppervlakte van meer dan 2 vierkante meter heeft. Ook als de warmtepomp zichtbaar is vanaf de openbare weg, zoals een stoep of parkeerplaats, moet je een aanvraag doen. Voor woningen in een beschermd stadsgezicht is altijd een vergunning vereist.

Is een warmtepomp een bijbehorend bouwwerk?

De installatie van een warmtepomp moet voldoen aan bouwvoorschriften. Dit betekent dat het vaak als een bijbehorend bouwwerk wordt gezien, afhankelijk van het type en de benodigde werkzaamheden. Een water-water warmtepomp installatie vereist vaak ingrijpende werken, hoewel deze in bestaande bouw geen grote bouwkundige inspanning of veel ruimte in het gebouw vraagt. Daarentegen vereist een lucht/water warmtepomp geen ingrijpende bouwkundige maatregelen zoals bronboringen of grondwerken. Deze maakt een ingrijpende verbouwing niet noodzakelijk en vereist een geschikte installatie in bestaande woningen. Een volledig elektrische warmtepomp vereist meer werkzaamheden bij installatie dan een hybride warmtepomp.

Kan ik een warmtepomp plaatsen zonder vergunning?

Ja, je kunt een warmtepomp plaatsen zonder vergunning, want de installatie van een warmtepomp kan vaak zonder omgevingsvergunning worden uitgevoerd. De plaatsing van een warmtepomp is vaak vergunningvrij als het een technische bouwactiviteit betreft, en in Nederland vereist de plaatsing van een warmtepomp doorgaans geen vergunning. Voor de plaatsing van een (hybride) warmtepomp heb je meestal geen vergunning nodig, vooral als je alleen bouwtechnische aanpassingen binnen de woning doet. Een hybride warmtepomp installatie vereist geen vergunning, tenzij je in een monument woont of de buitenunit aan de voorzijde plaatst. Een buitenunit aan de zij- of achterzijde van je woning is meestal vergunningvrij, net als een warmtepomp op de grond bij een bouwwerk, mits deze lager is dan 5 meter. Een warmtepompunit op de grond kan vergunningvrij zijn als de unit lager is dan 1 meter en minder dan 2 vierkante meter oppervlakte heeft. De plaatsing van een warmtepomp kan wel een vergunningplicht veroorzaken als deze hoger is dan 1 meter of een oppervlakte heeft van meer dan 2 vierkante meter, of als de plaatsing niet voldoet aan de bouwverordening.

Wat mag zonder omgevingsvergunning?

Vergunningvrij bouwen is de hoofdregel onder de Omgevingswet, mits je aan specifieke regels voldoet. Zo mag je een uitbouw aan de achterzijde van je huis plaatsen die maximaal 4 meter diep is en niet meer dan 30 centimeter boven de eerste verdieping uitsteekt, zonder dakterras of balkon. Een aanbouw of uitbouw in de achtertuin mag maximaal 4 meter hoog zijn en niet dieper dan 2,5 meter vanaf de gevel. Voor een losstaand bijgebouw geldt een maximale oppervlakte van 30 m2; de hoogte mag niet meer dan 3 meter zijn als het meer dan 4 meter van het hoofdgebouw staat, of 30 cm boven de eerste bouwlaag als het dichterbij staat. Een uitbouw aan de zijkant is alleen vergunningvrij als deze niet grenst aan openbaar gebied.