Wat kun je direct controleren?

Controleer de warmwaterstand en het tapwaterprogramma

Je moet de instellingen voor warmwaterproductie en het tapwaterprogramma van je warmtepomp controleren, vooral als het water lauw aanvoelt of de voorraad warm water op is. Controleer of de ECO-stand is ingeschakeld, want deze kan de warmwaterproductie uitschakelen. Je vindt het warmwaterprogramma vaak onder het submenu 'Warmwaterprogramma' in het menu 'Programma's', of via een 'WW Programmeerbaar' functie voor directe toegang. Stel een klokprogramma in door de bedrijfsmodus op 'eigen' te zetten en Comfort, ECO of ECO+ tijden te kiezen, inclusief de START- en EIND-tijd met de draaiknop. Een weekprogramma voor warm tapwaterbehoefte werkt alleen in de geplande stand. Specifieke bedieningspanelen, zoals de CombinAir, hebben een warmwatertoets om de bereiding in te stellen, terwijl de EasyControl thermostaat via de app werkt als 'warm water volgt programma' is ingeschakeld. Een ingesteld klokprogramma regelt de warm tapwaterproductie, en je kunt ook het programma voor de warmtapwaterpomp programmeren om de aan- en uittijden te bepalen.

Benieuwd naar de prijs voor jóuw woning?
Eén erkende installateur rekent het gratis door.
Bereken mijn prijs

Kijk of de boiler of voorraadvat op temperatuur komt

Om te controleren of je boiler of voorraadvat op temperatuur komt, lees je de actuele watertemperatuur af. De temperatuur van het warm tapwater lees je af op het hoofdscherm van de boiler. Bij een VVM320 installatie geeft de indicatie de temperatuur aan de bovenkant van het boilervat weer. De app toont de watertemperatuur bovenin de boiler, bijvoorbeeld 36°C, en onderin de boiler, bijvoorbeeld 30°C. Een boiler begint te verwarmen als de watertemperatuur lager is dan de ingestelde waarde en de boiler stroom krijgt. De boiler in de CV-installatie warmt op als de temperatuur van de boilersensor daalt. Een boilervat van 200 liter moet bijverwarmen als de temperatuur onder de 50°C zakt voor warm tapwaterproductie. De ingestelde temperatuur voor warm water kan bijvoorbeeld 48°C zijn. De warmtepomp regeling inspecteert de temperatuur aan de bovenkant van de boiler niet voor het aanschakelen.

Controleer de stroomvoorziening en de zekeringen

Als je Mitsubishi warmtepomp geen warm water levert, controleer dan eerst de stroomvoorziening en de zekeringen. Een warmtepomp heeft een eigen stroomcircuit nodig. Controleer of je elektrische paneel de belasting aankan en of de juiste zekeringgrootte aanwezig is. De installateur moet de specificaties van de stroomvoorziening en het voltage controleren. Zorg dat er voldoende stroomtoevoer is. Laat complex elektrisch werk altijd uitvoeren door een gekwalificeerde elektricien of HVAC-technicus.

Waarom levert de Mitsubishi warmtepomp geen warm water?

Als je Mitsubishi warmtepomp geen warm water levert, kan dit komen door verschillende technische problemen of instellingen. Een Mitsubishi warmtepomp kan inefficiënt worden of niet goed werken bij buitentemperaturen rond of onder het vriespunt. De aanvoerleiding van een 10kW Mitsubishi warmtepomp bereikt dan mogelijk geen hogere temperatuur dan 25 graden Celsius, terwijl deze warmtepompen tapwater tot circa 50 graden Celsius kunnen verwarmen. Een CO2 lucht/water-warmtepomp van Mitsubishi Heavy Industries kan zelfs een watertemperatuur van 90 graden Celsius leveren. Mitsubishi lucht-water warmtepompen staan bekend om hun hoge rendement en hoge energie-efficiëntie, zelfs bij -15°C buitentemperatuur. Dit hoge rendement geldt zelfs bij lage buitentemperaturen, dus een storing bij koud weer wijst vaak op een specifiek probleem. Mogelijke oorzaken zijn onder andere een te lage ingestelde watertemperatuur, storingscodes, problemen met de driewegklep of defecte sensoren.

Te lage ingestelde watertemperatuur

Een te lage ingestelde watertemperatuur kan ervoor zorgen dat je Mitsubishi warmtepomp geen warm water levert. Je tapwatertemperatuur moet minimaal op 60 graden Celsius zijn ingesteld om de groei van legionellabacteriën te voorkomen. De instelbare tapwatertemperatuur kan tussen 40°C en 65°C liggen, afhankelijk van je systeem. De 'Tap Temp' instelling op de hydromodule, die de gewenste SWW temperatuur aangeeft, heeft een bereik van 38°C tot 60°C en staat standaard op 47°C. Daarnaast heeft de parameter 'L23 Inlaat watertemperatuur T8 (host)' een standaardwaarde van 40°C, met een bereik van 20°C tot 65°C. De parameter 'L19 Toegestane watertemperatuur' heeft een standaardwaarde van 45°C, terwijl de laagste ingestelde temperatuur voor warm water (DHW) 42 graden Celsius is. Controleer deze instellingen om te zorgen dat je warmtepomp voldoende warm water produceert.

Storingscode of blokkering in het systeem

Als je Mitsubishi warmtepomp geen warm water geeft, kan dit komen door een storingscode of een blokkering in het systeem. Een storingscode 'B' op je warmtepomp duidt op een systeemstoring. Deze code is niet gerelateerd aan de HMI-controller. Een compressor blokkering wordt aangegeven met een specifiek symbool op het display van de bedieningsmodule. Dit betekent dat de compressor in de buitenunit geblokkeerd is via de bedieningsmodule. Raadpleeg het storingenoverzicht voor een gedetailleerde beschrijving van de B-codes en andere symbolen.

Probleem met de driewegklep of omschakeling

Problemen met de driewegklep kunnen leiden tot de noodzaak om deze opnieuw af te stellen, vooral als je Mitsubishi warmtepomp geen warm water geeft. Een driewegklep in het verwarmingssysteem functioneert mogelijk niet goed, wat je merkt aan moeite met het openen van de pin van de klep, ondanks een soepel verloop. Soms beweegt een nieuwe driewegklep niet, zelfs na vervanging, wat betekent dat de klep niet functioneert. Een aan/uit-regeling met een maximale cv-ketel aanvoertemperatuur van 45 graden Celsius kan onnodige bewegingen van de driewegklep veroorzaken, ongeveer eenmaal per 10 minuten. Versnelde afkoeling door een niet goed afsluitende driewegklep kun je mogelijk verhelpen door een veerbelaste terugslagklep te plaatsen. Problemen met de driewegklep kunnen zich uiten in een koude radiator en een borrelend geluid. De schakeling tussen tapwater en verwarmen in een Nibe-installatie kan leiden tot onregelmatig gedrag van de driewegklep, zoals halve omschakeling en terugschakelen, zoals waargenomen in 2023. Je kunt de driewegklep afstellen met een bedieningspaneel via instelcodes of met een inbussleutel, afhankelijk van het systeem.

Defecte sensor, thermostaat of regeling

Een defecte sensor in je warmtepomp leidt tot een specifieke foutmelding met sensoridentificatie. Elke sensor- of elektronicafout heeft een eigen storingscode. Zo kan een defecte sensor BT1 in het verwarmingssysteem duiden op een ongebruikte of defecte sensor. Sensorfout EP23-BT2 wijst op een niet aangesloten of defecte aanvoersensor voor verwarmingssysteem 4. Ook sensorfout EP22-BT2 duidt op een probleem met de aanvoersensor voor verwarmingssysteem 3, en sensorfout EP21-BT2 betekent dat de aanvoersensor voor verwarmingssysteem 2 niet is aangesloten of defect is. Sensorfout EM1-BT52 heeft betrekking op de keteltemperatuursensor. Bij een METROAIR 500 warmtepomp kan sensorfout BT63 wijzen op een probleem met de verwarmingsmedium toevoer na de dompelkachel, terwijl sensorfout BT71 de retour van het externe verwarmingsmedium betreft. Sensorfout BP8 duidt op een probleem met de lagedruksensor; bij deze fout controleer je de sensor en de aansluitingen.

Waarom is er wel verwarming maar geen warm tapwater?

Je Mitsubishi warmtepomp kan wel verwarmen, maar geen warm tapwater leveren door specifieke problemen met het warmwatercircuit. Een probleem met het warm tapwatercircuit kan ervoor zorgen dat het warme water de gewenste temperatuur niet bereikt, vooral als er geen warmwatertank is geïnstalleerd. Dit kan ook komen door een verschil in prioriteit tussen ruimteverwarming en tapwaterproductie, of de invloed van legionellaprogramma's.

Verschil tussen ruimteverwarming en tapwaterproductie

Warm tapwater en water voor vloerverwarming zijn gescheiden systemen met twee aparte watercircuits. Een warmtepomp levert ruimteverwarming en soms ook warm tapwater. Het warmtapwatergebruik in een woning wordt door de warmtepomp verwarmd. Een warmtepomp kan tapwater verwarmen, mits er een boiler als voorraad aanwezig is. In een tapwatersysteem warmt de warmtepomp het water in het voorraadvat langzaam op. Bij een hybride systeem wordt de tapwaterverwarmingsbron door een cv-ketel verwarmd. Een warmtepomp met vloerverwarming verwarmt de woning en produceert warm tapwater.

Wanneer de warmtepomp prioriteit geeft aan verwarming

Je warmtepomp geeft doorgaans geen prioriteit aan ruimteverwarming wanneer er vraag is naar warm tapwater. De regelunit in de warmtepomp zorgt ervoor dat warmwaterverwarming altijd voorrang krijgt boven het verwarmen van het cv-systeem. Een TEC QRS/RS warmtepomp geeft voorrang aan het opwarmen van het tapwatervat na gebruik, zoals na een douche of bad. Dit betekent dat de woningverwarming tijdelijk kan onderbreken terwijl het tapwater op temperatuur komt. De warmtepomp geeft prioriteit aan het opwarmen van het warm tapwatervat wanneer dit na gebruik is afgekoeld. Alleen in specifieke gevallen, zoals wanneer de warmtepomp niet kan verwarmen door een lage omgevingstemperatuur, kan boosterverwarming de verwarmingsfunctie voor huishoudelijk warm water overnemen.

Invloed van legionellaprogramma en naverwarming

Het legionellaprogramma van je Ecodan warmtepomp brengt het water op de vereiste temperatuur om de groei van legionellabacteriën te voorkomen. Je warmtepomp heeft een speciaal legionellaprogramma dat het water automatisch regelmatig op een hogere temperatuur brengt. Deze functie verhoogt de warmwatertemperatuur eens per week naar 65 graden Celsius. Legionellavoorkoming in de warmtepompboiler gebeurt automatisch door het water periodiek boven 60°C te verwarmen. Dit verwarmingsprogramma, ook wel legionella-run genoemd, voorkomt bacteriegroei. Het legionellarisico bij warm tapwater vermindert door periodieke automatische opwarming tot boven 60 graden Celsius. Een legionella run verwarmt door tot de ingestelde temperatuur in het boilervat is bereikt via de TW1 sensor. Je kunt instellen wanneer de warmtepomp de temperatuur verhoogt voor dit programma. De beste momenten hiervoor zijn tussen 10 en 16 uur overdag, of tussen 21 en 7 uur 's nachts, om piekmomenten op het stroomnet te vermijden. Onvoldoende opwarming van het boilervat beïnvloedt de legionellapreventie negatief. Legionellabeheer in het warmwatersysteem van je warmtepomp is belangrijk voor de veiligheid van het warmwatersysteem.

Hoe los je het probleem stap voor stap op?

Om het probleem van je Mitsubishi warmtepomp die geen warm water levert stap voor stap op te lossen, begin je met het definiëren van de storing. Daarna bedenk en kies je een oplossing om deze uit te voeren. Je evalueert vervolgens of de oplossing werkte en probeert alternatieven indien nodig. De volgende stappen helpen je bij het resetten van de installatie, het controleren van instellingen, het ontluchten van de waterdruk en het testen van het systeem.

Reset de installatie veilig

Na werkzaamheden moet je de installatie resetten en controleren op de correcte werking van veiligheids- en controlefuncties. Dit is belangrijk voordat je de Mitsubishi warmtepomp opnieuw start. Zo zorg je ervoor dat alles veilig functioneert en je weer warm water hebt.

Controleer instellingen in de Mitsubishi-regelaar

Controleer de instellingen in de Mitsubishi-regelaar om te zien of je Mitsubishi warmtepomp geen warm water geeft. Je kunt verschillende warmwaterprogramma's instellen voor diverse periodes van het jaar, dus controleer of de twee warmwaterprogramma's in de regelaar hetzelfde zijn ingesteld. Het kan zijn dat de timer van de regelaar een schema volgt waarbij warm water in een specifieke maand is uitgeschakeld, zoals oktober. Een warmwater-symbool met een thermometer op de regelaar geeft aan of warm water is ingeschakeld; kijk hiernaar. Controleer ook de 'reheat drop' instelling van het warmwaterreservoir voor onverwachte verwarming en de legionella-instelling van de warmtepomp, aangezien de Mitsubishi Ecodan warmtepomp een 'Legionella prevention mode' heeft. Je kunt de warmwatermodus instellen op 'Normal' of 'ECO' door functieknop F2 op de hoofdregelaar te gebruiken. De Mitsubishi Ecodan warmtepomp maakt het mogelijk om geforceerd warm water te activeren. Het controleren van de systeeminstellingen omvat het doorlopen van alle instellingen.

Ontlucht en controleer de waterdruk

Na het ontluchten van je warmtepomp moet je de waterdruk controleren en eventueel bijvullen. Volg hiervoor de aanbevolen niveaus in de handleiding van je warmtepomp. De waterdruk in het verwarmingssysteem moet tussen 1.5 en 2 bar liggen; dit geldt ook voor all-electric en water-water warmtepompen. Controleer de waterdruk altijd goed, zowel voor als na het ontluchten, en vul bij tot tussen 1.5 en 2 bar als dat nodig is. Regelmatige controle van de waterdruk voorkomt storingen door een te lage druk. Het is aan te raden de waterdruk eens per paar maanden te controleren met een manometer, vooral in de wintermaanden. Bij oudere of vaak ontluchte vloerverwarmingssystemen is een maandelijkse controle aanbevolen, terwijl je voor standaard vloerverwarmingssystemen de waterdruk minimaal één keer per kwartaal controleert. Dit zorgt voor een stabiele werking van je vloerverwarming.

Test of het probleem terugkomt na opwarming

Om te testen of het probleem met je Mitsubishi warmtepomp terugkomt na opwarming, observeer je de werking na een reset of aanpassing. Let goed op of de warmwaterproductie stabiel blijft en de gewenste temperatuur bereikt. Als het probleem aanhoudt of opnieuw optreedt, kan dit duiden op een onderliggende storing. Voor een nauwkeurige diagnose en oplossing is het dan verstandig om de handleiding van de fabrikant te raadplegen of een installateur in te schakelen.

Wanneer moet je een installateur inschakelen?

Je moet een installateur inschakelen wanneer je Mitsubishi warmtepomp geen warm water meer geeft en je zelf geen installatie-ervaring hebt. Een professionele installateur is nodig voor de correcte installatie en om storingen te voorkomen. Je schakelt een installateur in bij terugkerende storingen, vermoedelijke problemen met kleppen of sensoren, of als het warme water plotseling helemaal wegvalt. Bij een noodgeval moet je een installateur inschakelen om de warmtepomp veilig uit te schakelen.

Bij terugkerende storingen of foutcodes

Bij terugkerende storingen of foutcodes is een professionele diagnose vaak noodzakelijk. Een terugkerende E7 storing of meerdere storingscodes tegelijkertijd vereist een professionele diagnose van een elektrisch of elektronisch probleem. Foutcodes zoals E1, E3, E4, E5, E6 of E8 op de spa motor unit blijven soms bestaan, zelfs na een reset en reiniging van de mondstukken. Foutcodes kunnen optellen als er meerdere storingen zijn, wat de situatie complexer maakt. Schakel dan een installateur in om de oorzaak te achterhalen en op te lossen.

Bij vermoedelijke klep-, sensor- of compressorproblemen

Als je Mitsubishi warmtepomp geen warm water levert door een vermoedelijk probleem met een klep, sensor of compressor, dan zijn er specifieke sensoren die je kunt controleren. Een defecte sensor BT11 kan de compressor blokkeren, net als een defecte sensor AZ30-BT22. Hetzelfde geldt voor een defecte hot gas sensor BT14, die de compressor kan blokkeren. Een defecte sensor BT3 blokkeert de compressor bij warmwaterbelasting. Ook een sensorfout BP8 in de warmtepomp veroorzaakt een compressorblokkade; controleer dan de sensor en de aansluitingen. Bij een lagedruksensor van de compressor (foutcode 778) controleer je de sensor, de verbindingskabel en de stekker. Bij een hogedruksensor van de compressor (foutcode 779) controleer je eveneens de verbindingskabel en de stekker. Als het probleem aanhoudt, moet je de sensor vervangen.

Als het warm water plots helemaal wegvalt

Wanneer het warme water van je Mitsubishi warmtepomp plotseling helemaal wegvalt, kan de oorzaak verschillen. Je controleert dan eerst de display van de warmtepomp op eventuele storingscodes. Deze codes geven vaak een directe aanwijzing voor het probleem. Voor specifieke stappen raadpleeg je de handleiding van je warmtepomp of neem je contact op met een installateur.

Hoe voorkom je dat de warmtepomp opnieuw geen warm water geeft?

Om te voorkomen dat je warmtepomp opnieuw geen warm water geeft, is regelmatig onderhoud en de juiste instellingen cruciaal. Je moet de instellingen en werking van je warmtepomp controleren na een stroomstoring of herstart. Schakel je warmtepomp niet uit, want dan werkt de vorstbeveiliging niet. Een te lage thermostaatinstelling tijdens afwezigheid kan leiden tot bevriezing en beschadiging van waterleidingen. Daarnaast is het belangrijk om de oorzaak van een uitschakeling te lokaliseren en te verhelpen voordat je de veiligheidsthermostaat reset. Een verkeerd afgestelde by-pass kraan kun je bijstellen om waterstroomproblemen op te lossen. Vervang het filter van je warmtepomp om verstoppingen te voorkomen. Tap het water uit het warmtepompcircuit af als je de warmtepomp langere tijd niet gebruikt, bijvoorbeeld in de winter, om vorstschade te voorkomen. Zorg dat pompen en elektrische verwarmingselementen niet inschakelen als het systeem niet opnieuw is gevuld na bijvoorbeeld een stroomuitval. Als de automatische noodstop op 'Handmatig' staat en er een storing optreedt, herstel dan handmatig de warm tapwaterproductie en ruimteverwarming via de gebruikersinterface. Een hybride warmtepomp kan de CV-ketel laten bijspringen voor tapwater als de warmtepomp zelf niet voldoende verwarmt, bijvoorbeeld bij vrieskou. Dit helpt om een constante warmwatervoorziening te garanderen.

Laat instellingen en onderhoud periodiek controleren

Je laat periodieke inspectie en onderhoud van je warmtepomp door een installateur uitvoeren. Dit is nodig om de reële toestand vast te stellen en de standaard toestand te herstellen. Periodiek onderhoud van je Mitsubishi warmtepomp omvat regelmatige controles. Een jaarlijkse onderhoudscontrole omvat de controle van instellingen, het koudemiddel en het reinigen van filters. Zo voorkom je dat je Mitsubishi warmtepomp geen warm water levert door achterstallig onderhoud.

Voorkom te lage tapwatertemperaturen in de winter

Om te voorkomen dat je Mitsubishi warmtepomp te lage tapwatertemperaturen levert in de winter, moet je vooral bevriezing van de installatie voorkomen. Als je de warmtepomp niet aftapt voor de winter, kan water bevriezen en onderdelen beschadigen. Restwater in de warmtepomp mag niet achterblijven om schade door bevriezing te voorkomen. Bij buitentemperaturen rond 0 graden Celsius of lager loop je het risico op een vastgevroren warmtewisselaar. Zorg er dus voor dat je warmtepomp goed is voorbereid op de koude maanden.

Controleer leidingwerk, boiler en isolatie

Om te controleren of je Mitsubishi warmtepomp geen warm water geeft, inspecteer je het leidingwerk, de boiler en de isolatie. Onderhoud van je warmtepomp kan het controleren van leidingen omvatten, wat lekkages voorkomt. Een warmtepompboiler vereist controle op eventuele lekkages, net als het leidingwerk van de warmtepompboiler zelf. Leidingisolatie controleren, zowel binnen als buiten, beperkt warmteverlies in het systeem. Een specialist controleert de warmtepompboiler op lekkages en defecten, en inspecteert componenten. Bij een split warmtepomp controleert een onderhoudsbeurt het binnendeel op isolatie van de thermische slang, terwijl een Monoblock warmtepomp onderhoudsbeurt de leidingen op lekkage controleert. De isolatie van alle leidingen van een lucht/water-warmtepomp moet je controleren. Onderhoud van een warmtepompboiler van 150 liter omvat het controleren van de installatie, en een onderhoudsmonteur controleert en reinigt de verdamper en ventilator.

Waarom levert mijn warmtepomp geen warm water?

Het type warmtepomp dat je hebt, kan een reden zijn waarom er geen warm water is. Een hybride warmtepomp levert bijvoorbeeld geen warm tapwater voor je douche en keuken. Deze produceert dit warme tapwater niet; het verzorgt de woningverwarming, maar levert geen warm water om te douchen en koken. Vaak kan een hybride warmtepomp niet voorzien in de verwarming van warm tapwater. Ook een lucht-luchtwarmtepomp voert geen warmwaterfunctie uit en biedt geen oplossing voor je warmwatervoorziening. Lucht-water warmtepompen leveren op koude dagen mogelijk onvoldoende warm water, vooral in woningen met onvoldoende isolatie. Een elektrische warmtepomp kan onvoldoende vermogen leveren voor warm water direct uit de warmtepomp, daarom vereist een all-electric warmtepomp een boiler voor warm tapwater.

Waarom heb ik ineens geen warm water meer?

Als je Mitsubishi warmtepomp ineens geen warm water meer geeft, komt dit vaak door een combinatie van factoren. Het kan liggen aan de instellingen van je warmtepomp, een technisch probleem in het systeem, of zelfs externe omstandigheden. Je warmtepomp kan bijvoorbeeld prioriteit geven aan ruimteverwarming, waardoor er tijdelijk minder warm water beschikbaar is. Controleer altijd eerst de display van je Mitsubishi warmtepomp op eventuele storingscodes of meldingen. Voor exacte oorzaken en oplossingen kun je het beste de handleiding van je specifieke model raadplegen.

Hoe lang duurt het voordat een warmtepomp weer warm water geeft?

Nadat je warm water hebt verbruikt, duurt het tussen de 45 en 60 minuten voordat het boilervat van je warmtepomp weer volledig is opgeladen. Een complete warmwater-run van de warmtepomp neemt ongeveer 45 minuten in beslag. Dit betekent dat je even geduld moet hebben voordat er weer voldoende warm water beschikbaar is voor bijvoorbeeld een douche. De exacte tijd hangt af van het specifieke model en de ingestelde temperatuur.

Wie moet ik bellen als er geen warm water is?

Als je geen warm water hebt, hangt het af van de situatie wie je moet bellen. Komt er helemaal geen water uit de kranen, dan bel je de drinkwaterleverancier. Heb je een collectieve storing aan warm tapwater of verwarming, bijvoorbeeld als je buren ook problemen hebben, dan neem je direct contact op met de klantenservice van Duurzaam Opgewekt. Als het probleem met wisselend warm water niet aan de kraan ligt, neem je contact op met een monteur. Heb je een Vaillant aroTHERM plus systeem zonder warm water en zonder storingscode, dan neem je contact op met Vaillant experts voor hulp.

Wat zijn de meest voorkomende storingen bij een warmtepomp?

Verstopte filters behoren tot de meest voorkomende storingen bij een warmtepomp. Een tekort aan water of water/glycol in het systeem kan een storingsmelding veroorzaken. Hydraulisch falen, door bijvoorbeeld een vervuilde warmtewisselaar of verkalkte boilerspiraal, kan ook storingen veroorzaken. Het ontbreken van regelmatige ontdooiing kan leiden tot een slecht verwarmd huis, hoog stroomverbruik en zelfs het stilvallen van de warmtepomp; een mislukte ontdooifunctie kan de warmtelevering verstoren. Moderne warmtepompen vertonen zelden storingen, maar als ze optreden, uiten deze zich vaak door foutcodes op het display. Meestal komen storingen bij een warmtepomp door slecht onderhoud, dus regelmatige controles en onderhoud helpen warmtepompstoringen voorkomen.