Wat betekent een lage druk storing?
Een lage druk storing bij je warmtepomp betekent dat de druk van het koudemiddel te laag is of te laag is geweest. Dit duidt erop dat de druk aan de lagedrukzijde van het koelcircuit onder een bepaalde waarde zakt. Een druksensor in de warmtepomp activeert de storing wanneer deze een te lage koudemiddeldruk detecteert.
Een lage druk storing kan leiden tot het bevriezen van de verdamper. Dit heeft direct invloed op de prestaties en het comfort in huis. Je warmtepomp krijgt dan moeite om de gewenste kamertemperatuur te behouden en de verwarmingscapaciteit daalt.
Waardoor ontstaat een lage druk alarm?
Een lage druk alarm bij je warmtepomp ontstaat door diverse problemen. Je kunt denken aan een tekort aan koudemiddel in het systeem, een verlaagde luchtdoorstroming door de verdamper, of storingen in interne componenten zoals de LP-schakelaar en een blokkade van de compressor. Deze oorzaken worden verder uitgediept in de volgende secties.
Te weinig waterdruk in het systeem
Te weinig waterdruk in het systeem betekent dat de druk onder een bepaalde grens zakt. Voor een algemeen verwarmingssysteem is de waterdruk te laag als deze minder dan 0,8 bar bedraagt. Als je een vloerverwarmingssysteem hebt, mag de waterdruk niet onder de 1 bar komen. In dat geval moet je het systeem bijvullen om problemen te voorkomen met je warmtepomp.
Lekkage of lucht in de leidingen
Lekkage of lucht in de leidingen kan een lage druk storing bij je warmtepomp veroorzaken. Een kleine hoeveelheid lucht in de leidingen kan lekkages, storingen en schade aan je sanitair veroorzaken. Luchtbellen kunnen drukproblemen, waterslag en slecht functionerende boilers veroorzaken. Je herkent lucht in je waterleidingen aan borrelende geluiden of spuitend water uit de kraan. Langdurige luchtbellen kunnen zelfs corrosie en lekkages veroorzaken. Vaak ontstaan luchtbellen in leidingen na een verbouwing waarbij waterleidingen zijn aangepast, een nieuwe centrale verwarming is aangesloten, of radiatoren zijn verplaatst. Het aanpassen van een waterleiding, warmwatercircuit of vloerverwarming brengt onbedoeld lucht in het systeem. Lekkage van waterleidingen kan komen door verouderde leidingen, vorst, te hoge waterdruk, corrosie of constructiefouten. Een kleine lekkende leiding kan leiden tot catastrofale waterschade aan vloeren, muren, meubels en zelfs de fundering van je huis. Zichtbare tekenen van waterlekkage zijn vochtplekken en verkleuring, waterdruppels of -stromen, schimmelvorming en afbladderende verf of behang. Onzichtbare tekenen van waterlekkage zijn een onverklaarbaar hoge waterrekening, constante geluiden in leidingen, verminderde waterdruk en een continu draaiende watermeter. Kleine lekkages in leidingen van centrale verwarming en vloerverwarming zijn te herkennen aan een langzaam dalend drukniveau in de installatie. De eerste actie bij het ontdekken van een lekkende leiding is het onmiddellijk afsluiten van de watertoevoer.
Problemen met compressor, sensor of expansieventiel
Een lage druk storing bij je warmtepomp kan direct te maken hebben met problemen aan de compressor, sensoren of het expansieventiel. Een defect expansieventiel kan een lage druk storing veroorzaken. Dit ventiel is belangrijk, want het voorkomt vloeistofslag in de compressor. Bevriezingsverschijnselen rond het expansieventiel kunnen ook leiden tot drukverlaging en lekkage in de installatie.
Diverse foutcodes wijzen op specifieke controles. Bij een foutcode 778 moet je de stekker, de verbindingskabel en de sensor van de lagedruksensor van de compressor controleren. Foutcode 777 vraagt om een controle van de expansieklep van de compressor, wat ook kan duiden op een defecte expansieklep. Oververhitting van de compressor kan ontstaan door een verstopt expansieventiel, en bij hoge oververhitting (foutcode 771) is controle van de expansieklep nodig. Tot slot, foutcode 781 vereist dat je de stekker en de verbindingskabel van de temperatuurvoeler voor het expansieventiel controleert.
Wat kun je zelf controleren?
Bij een lage druk storing van je warmtepomp kun je zelf een aantal zaken controleren voordat je een monteur inschakelt. Je kunt de waterdruk in het systeem nakijken en bijvullen. Ook is het verstandig om filters, ontluchting en instellingen te controleren. Soms helpt het om de warmtepomp te resetten.
Waterdruk bijvullen
Je vult de waterdruk van je warmtepomp bij tot een optimale druk tussen de 1.5 en 2 bar. Dit is nodig als de druk onder de 1,5 bar zakt, of zelfs onder 1 bar bij een vloerverwarmingssysteem. Het bijvullen van het systeem met water in het warmtepomp binnendeel gebeurt via een vulslang en waterkraan. Je sluit een vulslang aan op de koudwaterkraan, verwijdert de lucht, opent de vul/aftapkraan, brengt de waterdruk op 2 bar en verwijdert de slang. Voor een vloerverwarmingssysteem verloopt dit via een vulslang tussen de waterkraan en het vulpunt van de verdeler. Een te lage cv-waterdruk in het afgiftesysteem vraagt om het bijvullen van water in het cv-gedeelte. Het bijvullen herstelt de juiste waterdruk voor een optimale werking, en je controleert de druk na het ontluchten van de warmtepomp.
Filter, ontluchting en instellingen controleren
Je kunt zelf de filters, ontluchting en instellingen van je warmtepomp controleren om een lage druk storing aan te pakken. Een warmtepompsysteem moet na installatie of herstelling grondig worden gereinigd, met speciale aandacht voor de filtertoestand. Je moet de vuilfilter en afgiftesystemen controleren op blokkades, want obstructies in filters kunnen het waterdebiet verminderen of blokkeren. Het controleren en reinigen van het binnentoestel verhelpt foutcodes van oververhit koelgas of waterdebiet. Na het reinigen van filters moeten afsluiters weer opengezet worden, en na de installatie van de ontluchting controleer je de flow via het menu. De druk in het systeem moet opnieuw gecontroleerd worden na het ontluchten, vooral als er veel lucht is vrijgekomen. Na het ontluchten van een cv-ketel verwarmingssysteem controleer je de druk opnieuw en vul je bij indien nodig. Controleer alle systeeminstellingen; onderhoud aan een luchtwarmtepomp omvat controle van waterdruk, software-instellingen en storingen.
Wanneer je de warmtepomp moet resetten
Je mag de warmtepomp resetten om een storing mogelijk te verhelpen. Dit doe je bijvoorbeeld na een lage druk storing, zoals bij een Danfoss DHP-C Opti warmtepomp. Je moet dan wel minimaal één uur wachten na de storing voordat je de resetprocedure uitvoert.
Bij een storing mag je de warmtepomp één keer resetten. Dit kan door de resetknop in te drukken of de warmtepomp spanningsloos te maken. Herhaal de resetprocedure slechts één keer als de warmtepomp niet automatisch opnieuw start. Beperk het aantal resets tot één keer achter elkaar binnen 24 uur, want meerdere keren resetten kan grote schade aan de warmtepomp veroorzaken. Als een storingsmelding blijft staan, kun je de warmtepomp eenmalig resetten.
Specifieke foutcodes vragen om een reset. Bij foutmelding H01/Z5451 moet je de warmtepomp handmatig resetten. Ook bij foutcodes zoals A1-01 t/m A1-12, A1-17, A1-18, A1-24, A1-25, A1-27, A1-34 moet je de stekker eruit halen en opnieuw insteken. Een Vaillant aroTHERM plus warmtepomp reset je door deze uit en aan te zetten om de foutcode te wissen en het systeem opnieuw op te starten. De warmtepomp moet ook gereset worden na het afkoelen van de compressor bij een te lage stroomopname, wat aangegeven wordt door foutcode A1 24. Wordt het probleem na een reset niet opgelost, dan wordt verder resetten afgeraden en neem je contact op met een specialist.
Wanneer is een monteur nodig?
Je hebt een monteur nodig voor specialistisch warmtepomponderhoud en wanneer je zelf de storing niet kunt oplossen. Een gekwalificeerde monteur is vereist voor specialistisch warmtepomponderhoud, zoals het bijvullen van koudemiddel of het oplossen van technische storingen. Je schakelt een monteur in voor warmtepomponderhoud bij defecten, reparatie of onderhoud. Dit geldt ook voor problemen met de bron, water glycol of temperatuurverschillen, en bij terugkerende storingen.
Lage druk door bron, water glycol of temperatuurverschil
Een lage druk storing bij je warmtepomp kan direct te maken hebben met de bron, het water-glycolmengsel of temperatuurverschillen. Een defect aan de bron of bronpomp kan leiden tot een te lage verdampingstemperatuur en druk in de warmtepomp. Te weinig water of glycol in het bronsysteem van je warmtepomp kan een lage druk veroorzaken in het koudemiddelcircuit. Lucht in het water/glycol bronsysteem kan ook de oorzaak zijn van een lage druk in het koudemiddelcircuit. De water-/glycoldruk is onvoldoende als deze lager is dan 1 bar; in dat geval is bijvullen nodig. Glycol wordt aan de bron toegevoegd om bevriezing te voorkomen. De druk aan de bronzijde van de warmtepomp kun je bijvullen met water, maar een installateur moet dan wel het glycolgehalte controleren. Een constante daling van de warmtepompdruk kan duiden op een lekkage.
Terugkerende storing of andere warmtepomp storing
Wanneer een storing in je warmtepomp terugkeert na een reset, of als je te maken krijgt met andere aanhoudende problemen, is dit een duidelijk signaal om professionele reparatiehulp in te schakelen. Je moet contact opnemen met de warmtepompinstallateur wanneer dezelfde storing terugkomt na een reset. Een blijvend terugkerende storing, zoals bij een Vincent warmtepomp, vereist actie; houd dan de storingscode bij de hand. Ook een regelmatige communicatiestoring moet je melden aan de installateur. Communicatiestoringen kunnen ontstaan door problemen tussen de printplaten binnenin de warmtepomp, of door flowproblemen in de circuits. Hydraulisch falen kan een warmteafvoer storing en storingsmelding veroorzaken, vaak door een vervuilde warmtewisselaar of verkalkte boilerspiraal. Daarnaast kan onvoldoende water of water/glycol in het systeem storingen veroorzaken, net als een verstopt filter. De compressor kan tijdelijk storing hebben door een stroomstoring, en een inverter storing kan ook veroorzaakt worden door problemen met de netvoeding, zoals uitval van één fase bij een 3-fasen warmtepomp. Bij elke storing controleer je eerst of de filters schoon zijn.
Kosten van diagnose en reparatie
De kosten voor diagnose en reparatie van een lage druk storing bij je warmtepomp zijn vaak voor eigen rekening. Specifiek zijn de kosten voor diagnose, demontage, herinstallatie of opnieuw inregelen voor de afnemer van Alklima. Dit betekent dat je zelf betaalt voor het onderzoek naar de storing en de werkzaamheden om deze te verhelpen.
Het is daarom verstandig om eerst zelf de controles uit te voeren die je kunt doen, voordat je een monteur inschakelt. Zo voorkom je onnodige kosten voor een probleem dat je misschien zelf kunt oplossen.
Hoe voorkom je een lage druk storing?
Preventie van lage druk storingen begint met proactief onderhoud en regelmatige controles van het koelcircuit. Je kunt jaarlijks preventief onderhoud plannen om lekkage-indicatoren, drukniveaus en de conditie van het koudemiddel te controleren. Een warmtepompsysteem voorkomt lage druk storingen door de druk regelmatig te monitoren.
Houd de buitenunit vrij van verontreinigingen en verwijder onkruid of vuil op tijd om de luchtstroom niet te belemmeren. Vervang op tijd verontreinigde of versleten filters en controleer elektrische verbindingen op corrosie en losse contacten. Zorg voor voldoende water/glycol in het bronsysteem en ontlucht lucht uit dit systeem. Maak een verstopt vuilfilter schoon en open gesloten afsluiters in het bronsysteem. Controleer ook of de bronpomp draait om een lage druk storing te voorkomen.
Wat als de druk van een warmtepomp te laag is?
Wanneer de druk van je warmtepomp te laag is, kan dit leiden tot serieuze problemen. Een lage druk storing kan leiden tot verminderde efficiëntie en zelfs stilstand van je warmtepomp. Dit betekent dat je warmtepomp minder goed werkt of helemaal geen warmte meer afgeeft.
Een te lage druk in het systeem veroorzaakt verminderde warmteafgifte, wat resulteert in onvoldoende verwarming of koeling van je huis. De druk van je warmtepomp kan continu dalen, vaak door een koelmiddellek. Dit lek zorgt voor onvoldoende druk voor verwarming of koeling. Een tekort aan koelmiddel kan leiden tot een lage druk beveiligingsstoring, en een laag koelmiddelniveau veroorzaakt verminderde efficiëntie en mogelijke schade aan de warmtepomp. Je compressor kan oververhit raken of de warmtepomp kan vastvriezen.
Wat betekent het als mijn warmtepomp een lage druk alarm geeft?
Een lage druk alarm bij je warmtepomp betekent dat de druk van het koudemiddel in het verwarmingssysteem te laag is. Een druk-sensor in de warmtepomp detecteert deze lage druk storing, waardoor het werkingssysteem van de warmtepomp een storing ervaart. Deze storing treedt op als er geen flow is en de druk daalt, waarna de lagedrukbeveiliging activeert.
Bij een Thermia warmtepomp kan het alarm 'Lage druk' specifiek duiden op een probleem in het lagedrukcircuit van het brinecircuit. Voor WPM warmtepompen beschrijven meldingscode 10013 en meldingscode 10003 dat de beveiliging voor minimale lage druk is geactiveerd. Je moet een lage druk storing snel aanpakken om energieverbruik te beperken en verdere schade te voorkomen. Een mogelijke oplossing is het resetten van de warmtepomp, wat vaak een handmatige reset vereist.
Wat veroorzaakt een lagedrukbeveiliging bij een warmtepomp?
Een lage druk storing bij een warmtepomp kan diverse oorzaken hebben, zoals een tekort aan koelmiddel of onvoldoende waterdoorvoer. De lagedrukbeveiliging activeert als er geen flow is en de druk daalt, bijvoorbeeld doordat het koudemiddel onvoldoende warmte onttrekt aan de bronzijde. De melding 'Lage Druk' of 'Low Pressure' duidt op een lage koudemiddeldruk in het verwarmingssysteem.
Een defect aan de bron of bronpomp veroorzaakt een te lage verdampingstemperatuur en druk. Lucht in het warmtepompsysteem kan ook te hoge of te lage druk meldingen veroorzaken. Een constante daling van de druk kan wijzen op een lekkage.
Specifieke foutcodes, zoals meldingscode 10047 bij een WPM warmtepomp, geven aan dat de lagedrukbeveiligingsschakelaar tijdens het ontdooien is geactiveerd. Meldingscode 10013 bij een WPM warmtepomp betekent dat de beveiliging voor minimale lage druk is geactiveerd. Voor grondbron systemen is het advies om de pekelstroom en pekelvorstbescherming te controleren, terwijl je bij ventilatie/exhaustair systemen de ventilatiestroom en exhaustluchttemperatuur controleert.
Hoe kan ik de druk in mijn warmtepomp verhogen?
Om de druk in je warmtepomp te verhogen, moet je eerst de oorzaak van de lage druk storing vaststellen. Vaak kun je de waterdruk zelf bijvullen of controleren op lucht in de leidingen. Voor gedetailleerde instructies die specifiek zijn voor jouw warmtepompmodel, raadpleeg je de handleiding van de fabrikant. Als je de oorzaak niet kunt vinden of de druk niet zelf kunt verhogen, schakel dan een gekwalificeerde monteur in.
Werken warmtepompen ook bij lage waterdruk?
Nee, warmtepompen werken niet bij een te lage waterdruk. Een warmtepompsysteem moet een minimale waterdruk van 1,0 bar hebben om te functioneren. Zakt de druk onder dit niveau, dan stopt het systeem met werken. De normale werkdruk ligt tussen de 1,5 en 2,0 bar. Je moet water bijvullen in de installatie als de waterdruk onder de 1,5 bar zakt. Na het bijvullen mag de waterdruk niet onder de 1,5 bar zakken, anders is bijvullen opnieuw nodig.
Wat zijn de meest voorkomende storingen bij een warmtepomp?
De meest voorkomende storingen bij een warmtepomp zijn divers. Een veelvoorkomend probleem bij warmtepompen is een lage druk storing, maar ook een hoge druk storing komt vaak voor. Verstopte filters behoren tot de meest voorkomende storingen van een warmtepomp. Te weinig water of water/glycol in de warmtepomp veroorzaakt een storingsmelding; onvoldoende water of water/glycol in het systeem kan storingen veroorzaken. Oorzaken van warmtepompstoringen zijn onder andere problemen met debiet, sensorwaarden, vervuiling, onjuiste afstelling of slijtage van componenten. Hydraulisch falen kan leiden tot een warmteafvoer storing en een storingsmelding. Flowproblemen in de circuits van de warmtepomp leiden tot storingen. Storingen bij een warmtepomp komen meestal door slecht onderhoud. Frequente storingen zijn een teken dat een warmtepomp het einde van zijn levensduur nadert. Regelmatig onderhoud van de warmtepomp vermindert de kans op storingen, en regelmatige controles en onderhoud helpen warmtepompstoringen voorkomen.